Joel
News NL
Homepage
| JOEL-NEWS-NL-139 * 18 FEBRUARI 2002 * WWW.JOELNEWS.NL IN DEZE EDITIE: NL139-1. God huilt: profetisch woord voor de kerk in Nederland ---------------------------------------------------------------------------- LEGER VAN GOD, STA OP! - Een landelijke trainingsconferentie met Ana Mendez, van 7 t/m 9 maart in Schiphol-Rijk. Voor visionaire gemeenteleiders, gebedsleiders, voorbidders, 'mappers', aanbiddingsleiders, aanbidders en radicale jongeren die getraind willen worden om in eenheid te bidden voor geestelijke doorbraken in ons land. Meer informatie: http://www.transformations.nl/toerusting-070302.htm. ---------------------------------------------------------------------------- NL139-1. God huilt: profetisch woord voor de kerk in Nederland In november stuurde Teus Schep uit Nieuwegein ons een boekwerkje met als titel 'God huilt. Verslag van een taxirit door een van Nederlands steden.' Op aanwijzing van de Heer hield deze pastoraal werker en taxichauffeur gedurende enkele maanden een dagboek bij van zijn ritten door Utrecht. Hij beschrijft de mensen die hij in zijn taxi krijgt, hun verhalen en hun ellende. Hij beschrijft ook de christenen, die zich daar in hun veilige kerkelijke subcultuur maar weinig van aantrekken. Het is een indringend verslag geworden van een land in moreel verval, waarbij je je ogen niet droog kunt houden. De boodschap is duidelijk: zoals Jezus huilde over Jeruzalem, zo huilt God nu ook over steden in Nederland. Het boekje van Schep bevat een uitdagende profetische boodschap voor de kerk van vandaag. Hij herinnert ons eraan dat alleen al in de tijd van de Reformatie 50.000 christenen hun leven gaven voor de verkondiging van het evangelie in ons land. Die radicaliteit wil God terugbrengen in de kerk. Maar dat betekent wel dat we terug moeten keren naar een diepe relatie met Hem en het 'juk van de vijand' moeten afwerpen. In het tweede deel van het verslag trekt Schep een aantal interessante parallellen met het volk Israel en de inname van het beloofde land. Het boekje 'God huilt' is door Schep in een oplaag van 2500 exemplaren gedrukt. Daarvan zijn er 1300 toegezonden aan voorgangers en predikanten. Zo'n 750 zijn er verstrekt aan Utrechtse theologiestudenten, en nog eens enkele honderden aan leiders en voorbidders binnen de gebedsbeweging. In deze editie van Joel News enkele anekdotes uit het dagboek dat de taxichauffeur tijdens zijn ritten bijhield. De volledige tekst van 'God huilt' staat op http://www.joelnews.nl/godhuilt.htm. GOD HUILT... Het is al 's avonds laat. Even na twaalven. Ik sta met de taxi in het donker op Neude, als twee jongens van een jaar of vijftien op m'n zijraampje tikken. Hoeveel het kost om de een naar het ene dorp en daarna de ander naar het daarachter liggende dorp te rijden. We komen een prijs overeen, en ze stappen in. De een voorin, de ander achterin. Onderweg door het donker wisselen ze hun ervaringen van de afgelopen avond uit. Uit school waren ze met elkaar gaan winkelen en stappen in een paar kroegen en uiteindelijk vlak bij Neude in de Hardebollenstraat beland, waar de prostituees achter hun raam zitten. Ze waren beiden bij een andere prostituee beland. En nu vertelden ze elkaar in het donker van de auto de perverse details. De jongen achterin geeft hoog op van de prostituee waar hij geweest was. Twee jongens, schooljongens, van een jaar of vijftien, zomaar een avondje uit. Als ik even later de jongen die voorin was gaan zitten naar huis rij, en voorzichtig een gesprek met hem aanga, openbaart zich de stuurloosheid en de behoefte aan leiding van de jeugd. Vertrouwelijk zegt hij: "Ik vond er eigenlijk ook niks aan. Het is nu de derde keer dat ik het gedaan heb, maar ik denk dat ik er niet meer naar toe ga." Ik vertel hem iets over mijn eigen omgaan met sexualiteit, en hoe machtig de Here Jezus op dit gebied dingen veranderd heeft. We gaan als vrienden uit elkaar. Een cameraman en tv-verslaggever uit Japan stappen in. Hun apparatuur hebben we in de kofferbak geladen en nu gaan we richting Schiphol. De verslaggever vertelt dat zij nu al in korte tijd voor de vierde keer in Holland zijn. Hij vindt het heel bijzonder dat zo'n klein land zo vaak de aandacht van de internationale pers weet te trekken. Hij graaft in zijn herinnering en somt op: "Een keer waren we hier om jullie euthanasiedebat in het parlement te verslaan, en een keer om het debat over het homohuwelijk vast te leggen, en een poosje later moesten we wat plaatjes schieten van de eerste officiele homohuwelijken in Amsterdam, en nu zijn we op een groots opgezette Wietbeurs geweest. Allemaal dingen die in ons land en overal ondenkbaar zijn. Jullie zijn echt een voorbeeld van vrijheid voor de wereld. Zoals daarnet ook, dat buiten een politieagent het vele verkeer voor de bezoekers van de Wietbeurs staat te regelen, en dat binnen mensen vrijelijk lopen te blowen en van alles te koop is wat met wiet en dergelijke te maken heeft, dat is bij ons ondenkbaar". Ik leg uit dat dit een vrijheid is die je niet hoeft te verlangen, omdat die onherroepelijk Gods reactie, omdat Hij de Beschermer van het leven is, over je land afroept. Ik haal een goed geklede jonge vrouw op -lange, rode jurk-, om haar naar het Centraal Station te brengen. Ze vertelt dat ze onderweg is naar een terrein vlak bij Amsterdam om met andere heksen komende nacht de zonnewende te vieren. Wat ze dan zoal doen? O, veel dansen om vuren, en wat heksendingen, en de opkomst van de zon afwachten en dat vieren. Even later stapt bij het Casino een echtpaar de taxi in. Naar een plaats buiten Utrecht. De man is overdreven vrolijk en luidruchtig. Zeker veel gewonnen, denk ik. Maar het tegendeel blijkt het geval. "Ben je boos op me?", vraagt hij opeens aan zijn vrouw, die achterin zit. "Nee hoor". "Joh, wat kan het ook schelen. Het is maar geld," zegt hij. "Huhhuh", beaamt zij. Hij probeert haar en zichzelf nog een poosje te overtuigen dat het allemaal niets uitmaakt, maar zegt dan opeens: "Dat waren wel heel veel maandsalarissen". Even later, naar mij: "Ga er nooit heen, chauffeur. Je gaat er kapot aan. Wij zijn een week lang elke dag geweest, maar we gaan nooit meer!" In Hooggraven stappen ze in. Beiden buitenlands. Naar een plaatsje buiten Utrecht. Daar bij zijn huis aangekomen, gaat hij naar binnen om geld te halen, en stort zij ondertussen haar hart uit. Ze is Oostduitse. Vroeger in de voormalige DDR had ze een verantwoordelijke taak op een collectieve boerderij als cheffin melkproduktie. Op haar negende werd ze door Russische soldaten verkracht. Na de val van de Berlijnse Muur is ze gaan zwerven en onderweg verslaafd geraakt aan de drugs. Afgekickt, weer verslaafd, opnieuw afgekickt, opnieuw verslaafd... Ze is wanhopig. Wil er vanaf. Ze geeft me haar naam op een briefje en vraagt of ik de komende tijd voor haar wil bidden. Als de man terugkomt, rijden we weer naar Hooggraven. Daar staan een aantal Marokkanen op een straathoek te dealen. Voorzien van waar hun lichaam om schreeuwt, maar wat hun ziel haat, breng ik ze daarna weer terug naar huis. Vier zakenmensen stappen in. Keurig in het pak, een strak, zwart koffertje op de knieen zitten ze voor- en achterin. Maar door de auto golft onophoudelijk het braaksel van perverse geesten. Een van hen, gedistingeerd, is de aansteker, maar de anderen stoppen hem niet, maar vallen bij. De man is geobsedeerd door kinderen. Maakt vieze grapjes over seks met kinderen. wijst op een klein meisje op straat en noemt haar een lekker ding. Het golft door, tot deze heren uitstappen voor het chique restaurant waar ze gaan dineren. Ik bedenk dat de laatste tijd in de gesprekken van mensen in de taxi dit steeds vaker voorkomt. Satan is bezig het volgende taboe te doorbreken. Kinderen zijn niet langer heilig. Ze zijn prooi. Op geen moment komt schrijnender de situatie van ons land en ons volk naar boven als op zondagmorgen. Wanneer van zo half zes tot een uur of zeven de bars en discotheken zijn leeggelopen, en de taxi's de duizenden jongeren her en der in de stad en in de dorpen er om heen naar hun huizen gebracht hebben, wordt de stad stil. Uitgestorven. Tot een uur of half tien, wanneer de eerste kerkgangers -hier eentje, daar twee- zich naar de kerken, verspreid over de stad begeven. Hoe triest, hoe ontzagwekkend triest dat ze elkaar zijn misgelopen. Hoe hemelschrijend dat ze zich elkaars bestaan nauwelijks bewust zijn. Wat is er veel mis. Wat is er heel veel mis. En we weten het niet. We denken dat het goed gaat. O, niet met die jonge mensen, en niet met Nederland, natuurlijk niet. Dat gaat hollende achteruit. Maar met ons, met ons gaat het wel goed. En we lopen door de stille zondagmorgen naar de kerk van onze kleur. Groeten verheugd onze broeders en zusters. Fijn toch, om elkaar weer te zien. Respectabele lieden zijn we, keurige mensen. Gered. "Want het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonde". En we vertrouwen daarop. En we houden van de Here. Maar het land gaat naar de bliksem. En de jongere generatie zijn we misgelopen. En dat er een geestelijke strijd gaande is om ons land, we hebben er geen weet van. Laat staan dat we op onze post staan als soldaten in het leger van onze Here Jezus. Wat kan die afschuwelijke gered-heid van Gods kinderen in dit land toch eindelijk breken?! Is het misschien Gods huilen over ons land? Is het misschien Gods huilen over Zijn kinderen, die zich niet bekommeren over wie Hem zo ter harte gaan? Verder lezen? http://www.joelnews.nl/godhuilt.htm Bron: Joel News |
(c) Copyright 2001 Joel News